Hoofdstuk 1

Men hoort wel eens zeggen, door experten ter zake of door de man in de straat, dat de jeugd van tegenwoordig steeds minder last heeft van de zogenaamde generatiekloof. Dat de leefwereld van de huidige tieners dichter bij die van hun ouders ligt dan dat dit het geval was in de tienerjaren van diezelfde ouders, bedoelt men dan. Als je anderzijds het stijgen van de gemiddelde leeftijd waarop jonge ouders kinderen krijgen in acht neemt, lijkt dat op het eerste zich een tegenstrijdigheid, maar dat hoeft het niet te zijn. Een eerste verklaring zou kunnen zijn dat er een vorm van stagnatie plaats vindt in de sociale evolutie van deze maatschappij en dat daardoor intergenerationele relaties minder onderhevig zijn aan bruuske veranderingen. Een tweede mogelijke verklaring zou zijn dat de relevantie van concepten als “leeftijd” en “generatie” afneemt. Die tweede mogelijkheid is op zich natuurlijk ook een vorm van “sociale evolutie”. Toch onderscheidt de tweede optie zich van de eerste op een enkel vlak: haar factoren zijn meetbaar. “Leeftijd” en “generatie” kunnen gemeten en gelabeld worden.

Daarnaast hoort men ook wel eens zeggen, wederom door experten ter zake of door de man in de straat, dat de jeugd van tegenwoordig steeds vroeger aan haar pubertijd begint. Of die pubertijd dan ook vroeger eindigt of gewoon langer is geworden, daar heeft de man in de straat alsnog geen antwoord op gegeven. Bijzonder onlogisch is deze onwetendheid niet. Het vaststellen van het aanvangen van een pubertijd is stukken makkelijker dan het exact vastpinnen van het einde ervan, zowel bij jongens als meisjes. Zelfs als we de uiterlijke, onmiddellijk waarneembare kenmerken als baard- en borstgroei, acné en het breken van de stem achterwege laten en ons focussen op de mentale veranderingen, is het eenvoudig om de eerste tekenen van rebellie te herkennen. Erg subtiel zijn twaalf- en dertienjarigen niet als ze de mentale sprong voorwaarts maken en de autoriteit van hun ouders en leerkrachten niet enkel intellectueel, maar voornamelijk ook moreel in vraag gaan stellen. Het is een belangrijke stap in hun ontwikkeling tot kritische personen, een stap die naïviteit binnen de perken houdt en rede als quasi-universele waarde hoog in het vaandel draagt. Mentaal is de pubertijd een empirisch onderzoek naar de grenzen van het sociale, het relationele en het seksuele. Ergens lijkt het dan ook logisch dat een pubertijd zou eindigen na het succesvol determineren van die grenzen en de bevestiging door het reproduceren van het resultaat in een tweede, onafhankelijk uitgevoerd experiment. Dit blijkt echter niet altijd het geval.

 

Wanneer een 22-jarige jongedame met de naam Sarah op één van de warmere dagen in de zomer van 2009 besluit om de cabrio van haar vader te “lenen” voor een impromptu roadtrip, heerst er dan ook enige verwarring binnen de mensen uit haar onmiddellijke omgeving, meer specifiek haar familie, over het precieze karakter van deze daad. Enerzijds lijkt ze wat oud om nog onderhevig te zijn aan puberale uitspattingen van dit kaliber, anderzijds is er niet meteen een andere verklaring voor handen voor deze spontane daad van rebellie. Maar zoals alles kritische post-puberalen weten, zijn de zaken zelden zo zwart-wit. Zo werd de cabrio niet door Sarah gestolen, maar geleend. Sarah had immers het geluk en het ongeluk gehad op te groeien in wat men een welvarend gezin noemt. Haar vader was min of meer schatrijk geworden met zijn groothandel in veevoeder, wat vreemd genoeg een uniek idee bleek te zijn in het rurale West-Vlaanderen. Haar moeder was al even niet meer in the picture, om onduidelijke redenen die Sarah mij nooit volledig heeft kunnen uitleggen. De cabrio, hoewel administratief gezien eigendom van haar vader, was een geschenk geweest op haar achttiende verjaardag. Een teken van goede wil, een zoenoffer, een poging van haar vader om “het” goed te maken. Of die “het” sloeg op het gebrek aan aandacht, op wat er met de moeder gebeurd was of op de parade bimbo’s, zelden meer dan tien jaar ouder dan de toen vijftienjarige Sarah, die hij in de jaren na de scheiding voor haar neus liet opdraven, ook daar heb ik het raden naar.

Maar het feit blijft dat het niet ongewoon was voor Sarah om de cabrio even uit de garage te halen en wat rond te toeren. Het argwaan van de familie kwam dan ook pas enkele uren later, na het sms’je dat ze net de Duitse grens was overgestoken en pas over enkele dagen, niet verder gespecificeerd, terug zou zijn. Veel groetjes en wees maar niet ongerust.

 

 

(747 + 872 = 1619 / 45344)

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *